Memo voor management
- Waarom dit nu op tafel ligt
- Per 30 januari 2027 verandert het wettelijk kader voor geschiktheid en betrouwbaarheid bij verzekeraars. De aanleiding is de Europese herziening van Solvency II (Richtlijn (EU) 2025/2), die in Nederland wordt geïmplementeerd met de Implementatiewet wijzigingsrichtlijn solvabiliteit II 2027 (Kamerstuk 37 007), een Algemene Maatregel van Bestuur (het Implementatiebesluit) en een Regeling.
- Wat er in één alinea verandert
- Het Nederlandse vereiste van geschiktheid en betrouwbaarheid voor het “tweede echelon” bij verzekeraars verdwijnt, omdat het geen grondslag heeft in de richtlijn. Daarvoor in de plaats komt een wettelijk regime voor sleutelfuncties: nieuw art. 3:9c Wft stelt geschiktheids- en betrouwbaarheidseisen aan de houders van de vier Solvency II-functies — risicobeheer, compliance, actuariaat en interne audit. De reikwijdte verschuift daarmee van hiërarchische positie naar functie. Ook moeten verzekeraars voortaan bij DNB het voornemen tot benoeming melden, met de gegevens op grond waarvan DNB zowel de betrouwbaarheid als de geschiktheid beoordeelt (gewijzigd art. 33 Bpr).
- Wat dit van ons vraagt
-
- Onze populatie binnen de reikwijdte opnieuw vaststellen: sommige tweede-echelonfunctionarissen vallen erbuiten, sommige sleutelfunctiehouders komen er juist bij.
- Ons beleid voor geschiktheid en betrouwbaarheid herzien, inclusief hoe wij posities identificeren, beoordelen en periodiek herbeoordelen.
- Het benoemingsproces herinrichten rond de melding van het voornemen, met een volledig dossier.
- Nagaan of wij de vier functies door vier verschillende personen laten uitoefenen, en zo niet op welke grondslag wij combineren.
- Het kader doortrekken naar groepsniveau.
- Twee nuancepunten voor de besluitvorming
-
- De lagere regelgeving is nog niet definitief. Kamerleden hebben op 8 oktober 2026 expliciet gevraagd waarom de consultatie van het Implementatiebesluit pas in het tweede kwartaal van 2027 is gepland, terwijl de regels al per 30 januari 2027 gelden.
- DNB heeft nog niet gepubliceerd welk formulier voor verzekeraars geldt en of een kandidaat de functie mag aanvangen hangende de uitkomst.
- Conclusie
- De wijzigingen zijn beheersbaar maar niet vrijblijvend. De grootste risico’s zijn een verkeerd afgebakende populatie en een benoemingsdossier dat niet voldoet aan de nieuwe meldings- en beoordelingssystematiek. Tijdige voorbereiding in het vierde kwartaal van 2026 voorkomt knelpunten bij benoemingen in 2027.
- Akkoord op het uitvoeren van een gap-analyse op het bestaande beleid voor geschiktheid en betrouwbaarheid, afgerond vóór 1 december 2026.
- Akkoord op het vaststellen van de definitieve lijst van sleutelfunctiehouders (inclusief groepsniveau en uitbestede functies) vóór 1 december 2026.
- Mandaat om het benoemings- en meldingsproces aan te passen op de gewijzigde artikelen in het Bpr.
- Aandacht voor de openstaande punten bij DNB en het Ministerie van Financiën, zodat wij tijdig weten waar wij op moeten acteren.
1Kern in het kort
- De wijziging komt voort uit de herziening van Solvency II — Richtlijn (EU) 2025/2 van 27 november 2024 (PB 8 januari 2025), in Nederland geïmplementeerd via de Implementatiewet wijzigingsrichtlijn solvabiliteit II 2027 (Kamerstuk 37 007), plus een Besluit (Bpr) en Regeling.
- Het Nederlandse vereiste van geschiktheid en betrouwbaarheid voor het “tweede echelon” bij verzekeraars verdwijnt. De wettelijke grondslag wordt uit art. 3:8 en 3:9 Wft gehaald (de woorden “of verzekeraar” vervallen). De regering motiveert dit met het argument dat deze eis geen grondslag heeft in de richtlijn Solvency II (Loyens & Loeff; memorie van toelichting).
- Daarvoor in de plaats komt een wettelijk regime voor sleutelfuncties: nieuw art. 3:9c Wft, dat geschiktheids- en betrouwbaarheidseisen stelt aan medewerkers met een sleutelfunctie als bedoeld in art. 41, tweede lid bis, Solvency II — in de praktijk de vier Solvency II-functies: risicobeheer, compliance, actuariaat en interne audit.
- De reikwijdte verschuift van hiërarchie naar functie. Personen die voorheen werden getoetst vanwege hun plaats in de organisatie (tweede echelon) kunnen buiten de reikwijdte vallen; sleutelfunctiehouders die géén tweede echelon waren (bijvoorbeeld een hoofd interne audit buiten het tweede echelon) komen er juist bij. U moet de populatie binnen de reikwijdte opnieuw in kaart brengen.
- Nieuwe meldings- en beoordelingssystematiek: verzekeraars moeten bij DNB het voornemen tot benoeming van een sleutelfunctiehouder melden en de gegevens aanleveren op grond waarvan DNB zowel de betrouwbaarheid als de geschiktheid kan beoordelen (gewijzigd art. 33 Bpr; art. 5 Bpr). Dit is bewust een ex-ante toetsingsmodel, ruimer dan het CRD VI-model voor banken.
- Groepsniveau: nieuw art. 3:288ha, vijfde lid, Wft beschouwt degenen die feitelijk de moederonderneming besturen als degenen die feitelijk de groep besturen, verplicht tot het aanwijzen van verantwoordelijken voor groeps-sleutelfuncties, en volgens de MvT kan de toezichthouder personen uit hun functie verwijderen als zij niet aan de geschiktheids- en betrouwbaarheidseisen voldoen.
- Aanpalende governance-toevoegingen die samenhangen met de geschiktheidsbeoordeling: art. 41, tweede lid bis (vier functies uitgevoerd door verschillende personen, onafhankelijk van elkaar), art. 41, eerste lid diversiteitsbeleid met kwantitatieve doelstellingen voor genderevenwicht (EIOPA-richtsnoeren diversiteit gelden vanaf 30 januari 2027), een verplicht beloningsbeleid en een verplichte melding van wijzigingen in sleutelfuncties.
- Proportionaliteit is de tegenhanger: kleine en niet-complexe verzekeraars (KNCV/SNCU) — en met goedkeuring van DNB ook andere verzekeraars — mogen de functies risicobeheer, actuariaat en compliance combineren met andere rollen (mits belangenconflicten worden beheerst); interne audit blijft de uitzondering.
2Juridische opbouw en data
| Niveau | Instrument | Belangrijke datum |
|---|---|---|
| EU niveau 1 | Richtlijn (EU) 2025/2 tot wijziging van Richtlijn 2009/138/EG (Solvency II) | Gepubliceerd PB 8 jan 2025; in werking 28 jan 2025; implementatiedeadline 29 jan 2027; van toepassing 30 jan 2027 |
| EU niveau 2 | Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/269 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 (corrigendum gepubliceerd 27 jan 2026) | Gepubliceerd PB 18 feb 2026, in werking 10 mrt 2026; van toepassing 30 jan 2027; rechtstreeks toepasselijk, geen Nederlandse omzetting |
| NL niveau 1 | Implementatiewet wijzigingsrichtlijn solvabiliteit II 2027 (Kamerstuk 37 007) — wijzigt de Wft | Geconsulteerd 9 jan–9 feb 2026; Raad van State advies 19 mei 2026 (geen inhoudelijke opmerkingen); ingediend 2 sep 2026; verslag (schriftelijke inbreng) 8 okt 2026; inwerkingtreding bij Koninklijk Besluit (art. III — per artikel verschillend mogelijk) |
| NL niveau 2/3 | Implementatiebesluit wijzigingsrichtlijn solvabiliteit II 2027 (Bpr, Bptfg en andere besluiten) + Implementatieregeling | Geconsulteerd; nog niet definitief — zie § 8 |
| Toezicht | DNB Open Boek Toezicht: verzamelpagina “Herziening solvabiliteit II (geldig per 30 januari 2027)”; EIOPA-richtsnoeren en -technische standaarden | De herziene en nieuwe uitingen van DNB zijn gedateerd per 30 jan 2027 (DNB) |
3Huidige Nederlandse kader (vóór 30 januari 2027)
Dit is het vertrekpunt — relevant voor de transitie-analyse.
Wie wordt nu getoetst (verzekeraars)
Volgens de pagina’s van DNB over personentoetsingen:
- (dagelijks) beleidsbepalers, dat wil zeggen bestuurders en, indien aanwezig, de directie;
- leden van het intern toezichthoudend orgaan (RvC/RvT of vergelijkbaar orgaan);
- tweede-echelonleidinggevenden (banken en verzekeraars): personen in een leidinggevende functie direct onder het echelon van de beleidsbepalers, verantwoordelijk voor natuurlijke personen wier werkzaamheden het risicoprofiel wezenlijk kunnen beïnvloeden (art. 3:8/3:9 Wft, derde volzin);
- wettelijke vertegenwoordigers van verzekeraars;
- houders van een gekwalificeerde deelneming en hun bestuurders (via de VvGB-procedure).
Twee afzonderlijke toetsen
Geschiktheid
Functiegebonden: kennis, vaardigheden en professioneel gedrag, aangetoond via opleiding, werkervaring en competenties. DNB beoordeelt aan de hand van vijf onderwerpen: (A) bestuur, organisatie en communicatie; (B) producten, diensten en markten; (C) beheerste en integere bedrijfsvoering; (D) evenwichtige en consistente besluitvorming; (E) voldoende tijd. De toets wordt proportioneel toegepast op de functie, de aard, omvang en complexiteit van de instelling en de samenstelling en het functioneren van het collectief — zie de Beleidsregel geschiktheid 2012.
Betrouwbaarheid
Persoonsgebonden en in beginsel eenmalig (“eens betrouwbaar blijft betrouwbaar, tenzij”), gebaseerd op voornemens, handelingen en antecedenten (vijf categorieën: strafrechtelijke, financiële, toezicht-, fiscaal bestuursrechtelijke en overige antecedenten). Een nieuwe beoordeling vindt alleen plaats bij een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden.
Proces
Volgens de handout van DNB voor de bijeenkomst van mei 2026: aanvraag via MijnDNB; volledigheidscheck en bronnenonderzoek (AFM, Belastingdienst, Openbaar Ministerie), onderzoek in openbare bronnen en bij referenten; oordeelsvorming (verdiepend of niet); besluit schriftelijk. In de praktijk ongeveer 6 tot 8 weken na een volledig dossier; een toetsingsgesprek vindt slechts in een minderheid van de gevallen plaats (maar gebruikelijk bij functies als CEO, voorzitter, CRO). Jaarlijks circa 2.000 toetsingen, waarvan 10–15% met gesprek en 3–5% met een negatieve uitkomst. De meeste personen die op geschiktheid worden getoetst, moeten ook de eed of belofte afleggen (nieuwe medewerkers binnen 3 maanden).
Wat DNB zelf het vaakst mist in een dossier: een niet-specifiek functieprofiel; een te summiere onderbouwing van de benoeming; een te summiere selfassessment; een onvolledige of onrealistisch ingevulde geschiktheidsmatrix; het ontbreken van een inwerk- of opleidingsplan; en het ontbreken van een analyse van mogelijke belangenverstrengeling. Klimaatrisico’s zijn al onderdeel van de personentoetsingen bij DNB.
4Geschiktheid en betrouwbaarheid onder Solvency II na de herziening
Art. 42 blijft de niveau-1-norm: verzekeraars moeten waarborgen dat alle personen die de onderneming daadwerkelijk besturen of andere sleutelfuncties vervullen, te allen tijde (a) geschikt zijn en (b) van goede reputatie en integer zijn. Wijzigingen in de identiteit van deze personen moeten aan de toezichthouder worden gemeld, met alle informatie die nodig is om de geschiktheid en betrouwbaarheid te beoordelen. De herziening versterkt dit tot een doorlopende verplichting die door de toezichthouder kan worden gehandhaafd: overweging 24 van Richtlijn (EU) 2025/2 bepaalt dat de toezichthoudende autoriteiten bij niet-naleving de bevoegdheid moeten hebben maatregelen te nemen, waaronder, indien passend, het verwijderen van de betrokken persoon uit de functie.
In de geconsolideerde richtlijntekst is dit uitgewerkt in artikel 42, vierde lid: voldoet een persoon die de onderneming feitelijk bestuurt of andere sleutelfuncties vervult niet aan de vereisten, dan hebben de toezichthoudende autoriteiten de bevoegdheid om van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te verlangen dat zij de betrokkene van die functie ontheffen. Let op het verschil in formulering: de richtlijn geeft een bevoegdheid om verwijdering door de onderneming te verlangen; de MvT spreekt over een bevoegdheid om zelf personen uit hun functie te verwijderen. Verifieer hoe dit in de Wft is uitgewerkt.
Ook artikel 42, tweede en derde lid, zijn aangescherpt. Bij een wijziging in de identiteit van degenen die de onderneming feitelijk besturen of verantwoordelijk zijn voor andere sleutelfuncties moeten voortaan ook de redenen van de wijziging worden opgegeven, naast alle informatie die nodig is om geschiktheid en betrouwbaarheid te beoordelen. Op grond van het derde lid moet bovendien worden gemeld wanneer een van deze personen niet meer aan de vereisten voldoet of om die reden is vervangen.
Nieuw art. 41, tweede lid bis (ingevoegd door de herziening) regelt het ontwerp van de sleutelfuncties en daarmee indirect wie geschikt en betrouwbaar moet zijn: de functies risicobeheer, actuariaat, compliance en interne audit moeten door verschillende personen worden uitgeoefend, onafhankelijk van elkaar. Kleine en niet-complexe verzekeraars — en verzekeraars met voorafgaande toestemming van de toezichthouder — mogen de rollen risico, actuarieel en compliance combineren met andere rollen (inclusief lidmaatschap van het bestuur), mits belangenconflicten goed worden beheerst; de bepaling in de Gedelegeerde Verordening die cumulatie met interne audit toestond, is geschrapt. (Dit is de bepaling waarnaar de Nederlandse wetgever verwijst als “artikel 41, tweede lid bis”.)
Art. 41, eerste lid vereist nu ook een diversiteitsbeleid voor het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan (AMSB), inclusief individuele kwantitatieve doelstellingen voor genderevenwicht; de EIOPA-richtsnoeren over diversiteit bij de selectie van AMSB-leden zijn van toepassing vanaf 30 januari 2027.
Waar “sleutelfuncties” vandaan komen (niveau 2/3)
Uit art. 268–271 van Gedelegeerde Verordening 2015/35 (zoals gewijzigd) en de EIOPA-richtsnoeren inzake het governancesysteem (EIOPA-BoS-14-253) — sectie 3 (richtsnoeren 11–16) plus de Technical Annex met de minimuminformatie die aan de toezichthouder moet worden verstrekt voor de geschiktheids- en betrouwbaarheidsbeoordeling. Operationeel van belang:
- de vier functies zijn ten minste sleutelfuncties; verzekeraars mogen aanvullende sleutelfuncties aanwijzen en de toezichthouder kan die kwalificatie betwisten;
- de meldingsverplichtingen gelden voor sleutelfunctiehouders — de persoon die verantwoordelijk is voor een sleutelfunctie — niet voor iedereen die taken binnen die functie uitvoert;
- bij uitbesteding van een sleutelfunctie geldt de persoon binnen de onderneming met het toezicht op de uitbesteding als de verantwoordelijke persoon (en als degene die moet worden gemeld). Richtsnoer 14 vereist bovendien dat de geschiktheids- en betrouwbaarheidsprocedures worden toegepast op het personeel van de dienstverlener.
4.1Jaarlijks aantonen en collectieve geschiktheid — wat verplicht is en wat niet
Aanleiding voor dit onderdeel: de veronderstelling dat geschiktheid en betrouwbaarheid jaarlijks moeten worden aangetoond en dat "gezamenlijke competentie" nieuw verplicht wordt. Op de publieke bronnen is dat beeld deels juist en deels niet. Hieronder per stelling wat wel en niet geldt.
| Stelling | Status | Grondslag en bron |
|---|---|---|
| Geschikt en betrouwbaar zijn te allen tijde | Verplicht — doorlopend, niet "jaarlijks" als aparte toets | Art. 42, eerste lid, richtlijn Solvency II ("te allen tijde"); art. 3:9c Wft (nieuw) |
| De verzekeraar beoordeelt zelf ook doorlopend en moet dat kunnen aantonen | Verplicht | EIOPA-richtsnoer 13(b): procedure voor de beoordeling van deskundigheid en betrouwbaarheid "zowel bij de selectie voor de specifieke positie als doorlopend tijdens het dienstverband"; DNB: de eerste verantwoordelijkheid voor geschiktheid en betrouwbaarheid ligt bij de instelling |
| Jaarlijkse hertoetsing door DNB van alle bestuurders of sleutelfunctiehouders | Niet verplicht en niet de praktijk | Betrouwbaarheid is in beginsel eenmalig (art. 3:9, tweede lid, Wft; art. 3:9c, tweede lid, Wft); geschiktheid is functiegebonden en wordt getoetst bij benoeming en bij functiewijziging. Herbeoordeling alleen bij een wijziging in relevante feiten of omstandigheden — DNB voert circa vijf hertoetsingen per jaar uit |
| Jaarlijkse rapportage aan DNB over geschiktheid en betrouwbaarheid | Geen jaarlijkse fit-and-properrapportage | De Wft en het Bpr bevatten geen jaarlijkse rapportageverplichting over de toetsen zelf. Informatie over het governancesysteem loopt mee in het RSR/SFCR en in de jaarlijkse beleidsevaluaties |
| Periodieke evaluatie van het governancesysteem, inclusief de samenstelling van bestuur en intern toezicht | Verplicht; frequentie bepaalt het AMSB zelf | Art. 41, eerste lid, richtlijn en art. 258 Gedelegeerde Verordening 2015/35; EIOPA-richtsnoer 6 (1.32): het AMSB bepaalt de reikwijdte en frequentie, rekening houdend met aard, omvang en complexiteit. DNB noemt als good practice jaarlijks bij impactklasse i3, tweejaarlijks bij i2 en driejaarlijks bij i1. Per 30 januari 2027 moet de evaluatie expliciet ook de samenstelling, werking en interne organisatie van het bestuur of intern toezicht omvatten (MvT) |
| Jaarlijkse evaluatie van het beleid voor risicobeheer, compliance, actuarieel en interne audit | Bestaande praktijk; input voor de governance-evaluatie — niet hetzelfde als de fit-and-properttoets | DNB, Good Practices evaluatie van het governancesysteem: de jaarlijkse beleidsevaluaties "zouden input moeten leveren voor de evaluatie van het governancesysteem". KNCV's mogen een langere cyclus hanteren (art. 41, derde lid, gewijzigd) |
| Gezamenlijke (collectieve) geschiktheid van bestuur en intern toezicht | Verplicht — en niet nieuw | Art. 258 Gedelegeerde Verordening 2015/35 vereist collectieve én individuele geschiktheid van bestuur en intern toezicht; art. 273, derde lid, GV weegt de taken van individuele leden mee om een passende diversiteit aan kwalificaties, kennis en ervaring te waarborgen; EIOPA-richtsnoer 11 (1.43): het AMSB moet gezamenlijk beschikken over geschikte kwalificaties, ervaring en kennis over ten minste (a) verzekerings- en financiële markten, (b) strategie en bedrijfsmodel, (c) governancesysteem, (d) financiële en actuariële analyse en (e) het regelgevend kader. Operationeel: de geschiktheidsmatrix van DNB vraagt naar de meerwaarde van de kandidaat voor het collectief en DNB weegt de samenstelling en het functioneren van het collectief mee bij elke toetsing |
| Diversiteitsbeleid met kwantitatieve genderdoelstellingen | Nieuw per 30 januari 2027 | Art. 41, eerste lid, richtlijn (gewijzigd); de EIOPA-richtsnoeren over diversiteit bij de selectie van AMSB-leden zijn van toepassing vanaf 30 januari 2027 |
| Het jaarlijkse herbeoordelingsregime uit de bankenrichtsnoeren (CRD VI / EBA-ESMA) | Niet van toepassing op verzekeraars | De gezamenlijke EBA/ESMA-richtsnoeren inzake geschiktheid voorzien voor significante instellingen in herbeoordeling ten minste jaarlijks (en elke twee jaar voor niet-significante instellingen) — dat is het CRD-kader. DNB zegt zelf dat deze richtsnoeren niet van toepassing zijn op verzekeraars, maar wel goede aanknopingspunten bieden (DNB Q&A onafhankelijkheid raad van commissarissen – verzekeraars) |
De jaarlijkse herbeoordelingsplicht die in het bankenkader bestaat (CRD VI en de gezamenlijke EBA/ESMA-richtsnoeren, herziene consultatieversie 2026) geldt voor banken en beleggingsondernemingen, niet voor verzekeraars. Voor verzekeraars is de verplichting doorlopend van aard en gekoppeld aan de periodieke evaluatie van het governancesysteem, waarvan DNB bij grote verzekeraars een jaarlijkse frequentie als good practice ziet. Staat er in het eigen beleid tóch een jaarlijkse verplichting, controleer dan waar die vandaan komt: groepsbeleid, de bankenrichtsnoeren, of een eigen keuze. Een eigen strengere keuze mag blijven bestaan, maar is geen wettelijke verplichting voor verzekeraars — relevant als u wilt onderbouwen waarom het ook anders kan.
Wat dit betekent voor het eigen beleid
- Neem een expliciete doorlopende monitorings- en documentatieplicht op, niet alleen een beoordeling bij benoeming — dat is de kern van richtsnoer 13(b).
- Beschrijf de situaties die tot herbeoordeling leiden (richtsnoer 13(c)): functiewijziging, nieuwe antecedenten, langdurige afwezigheid, wijziging van het risicoprofiel, uitkomsten van de governance-evaluatie.
- Werk met een collectief profiel op de vijf EIOPA-gebieden uit richtsnoer 11 en leg vast hoe elke benoeming daaraan bijdraagt — dit is ook de logica achter de geschiktheidsmatrix van DNB.
- Koppel de fit-and-propermonitoring aan de jaarlijkse beleidsevaluaties en aan de periodieke evaluatie van het governancesysteem; kies en onderbouw de frequentie (i3 jaarlijks, i2 tweejaarlijks, i1 driejaarlijks) en leg bij KNCV-status de langere cyclus expliciet vast.
- Neem het diversiteitsbeleid met kwantitatieve doelstellingen in hetzelfde document op, zodat collectieve geschiktheid en diversiteit in samenhang kunnen worden beoordeeld.
5Wat de Nederlandse implementatie concreet wijzigt — per bepaling
5.1 Nieuw art. 3:9c Wft (de kernbepaling)
Letterlijk uit het wetsvoorstel (Kamerstuk 37 007, nr. 2):
Artikel 3:9c
1. Een verzekeraar draagt er zorg voor dat bij de verzekeraar werkzame medewerkers met een sleutelfunctie als bedoeld in artikel 41, tweede lid bis, van de richtlijn solvabiliteit II geschikt zijn en dat hun betrouwbaarheid buiten twijfel staat.
2. De betrouwbaarheid van personen als bedoeld in het eerste lid staat buiten twijfel wanneer die eenmaal door een toezichthouder voor de toepassing van deze wet is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling. Artikel 3:9, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de geschiktheid van personen als bedoeld in het eerste lid.
Aandachtspunten voor compliance
- 3:9c, tweede lid neemt het beginsel “eens vastgesteld blijft vastgesteld” en het antecedentenregime van art. 3:9, derde lid, Wft over. Gevolg: sleutelfunctiehouders die al door DNB op betrouwbaarheid zijn getoetst (inclusief voormalige tweede-echelonleidinggevenden) zouden geen nieuwe betrouwbaarheidstoets hoeven te ondergaan zolang zich geen nieuwe feiten voordoen — maar geschiktheid is functiegebonden en kan opnieuw worden getoetst.
- 3:9c, derde lid is de grondslag voor de AMvB (het Bpr) om nadere geschiktheidsregels te stellen — de uitvoeringsregels staan dus niet in de wet zelf.
- Het wetsvoorstel verklaart art. 3:9c ook van overeenkomstige toepassing op verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings met zetel in Nederland, en voegt “3:9c” toe aan de verwijzingslijsten van art. 1:46, tweede lid, art. 2:26b, eerste lid (vergunningeisen herverzekeraar) en art. 2:31, eerste lid (vergunningeisen verzekeraar) Wft — geschiktheid en betrouwbaarheid van sleutelfunctiehouders wordt daarmee onderdeel van het vergunningenkader, niet alleen van het doorlopend toezicht.
5.2 Afschaffing van het tweede echelon bij verzekeraars (art. 3:8 en 3:9 Wft)
Het wetsvoorstel schrapt “of verzekeraar” uit de derde volzin van art. 3:8, eerste lid, en van art. 3:9, eerste lid, Wft. (Let op: het vergelijkbare tweede-echelonregime voor banken is al per 22 september 2026 vervangen door het op CRD VI gebaseerde regime voor medewerkers met een sleutelfunctie in art. 3:9b Wft; na het Solvency II-wetsvoorstel heeft de resterende derde volzin alleen nog betrekking op kredietunies.) Volgens de handout van DNB van mei 2026: “Het tweede echelon regime voor verzekeraars verdwijnt. Hier komt ook het sleutelfunctie regime voor in de plaats.”
5.3 Uitvoeringsregels in het Besluit prudentiële regels Wft (ontwerp-Implementatiebesluit)
- Art. 5 Bpr — uitgebreid zodat DNB ten aanzien van de personen bedoeld in art. 3:9c Wft op basis van hun voornemens, handelingen en antecedenten kan vaststellen of hun betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Toelichting: dit betreft “personen die bij een verzekeraar de onderneming daadwerkelijk besturen of andere sleutelfuncties vervullen”.
- Art. 33 Bpr — uitgebreid zodat de verzekeraar het voornemen tot benoeming moet melden van een persoon die een sleutelfunctie binnen de zin van art. 41, tweede lid bis, Solvency II gaat vervullen, en de gegevens moet verstrekken op grond waarvan DNB zowel de betrouwbaarheid als de geschiktheid kan beoordelen; art. 33, derde lid, onderdelen a en b, worden aangepast om naast 3:8/3:9 ook naar art. 3:9c te verwijzen.
- Art. 26.2 Bpr — herschreven als dynamische verwijzing naar de artikelen 41, 44 tot en met 48 en het nieuwe art. 144 bis, tweede en vijfde lid, Solvency II (plan voor het beheer van het liquiditeitsrisico); het voormalige art. 26.2, tweede lid (geschiktheidseis voor sleutelfunctiehouders) is geschrapt als overbodig, omdat die eis nu in art. 3:9c Wft staat.
- Art. 26.2a Bpr (nieuw) — een groepsplan voor het liquiditeitsbeheer kan de solo-verplichting vervangen; art. 26.3, tweede lid, Bpr handhaaft een geschiktheidseis voor sleutelfunctiehouders van levens- en schadeverzekeraars buiten de EER en van herverzekeraars (voor wie de Wft-artikelen 3:8–3:9c niet gelden).
- Art. 8, eerste lid, onderdeel a, Bpr — aangescherpt (strafrechtelijke antecedenten: veroordelingen waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak tien jaar of minder is verstreken).
5.4 Groepsniveau
- Nieuw art. 3:288ha, vijfde lid, Wft: de personen die feitelijk de moederonderneming als bedoeld in art. 3:288h, derde lid, besturen, worden geacht tevens de personen te zijn die feitelijk de verzekerings- of herverzekeringsgroep besturen; de onderneming of holding moet personen aanwijzen die verantwoordelijk zijn voor andere sleutelfuncties binnen de groep waarop groepstoezicht wordt uitgeoefend; het AMSB is verantwoordelijk voor de naleving door de groep en voor de activiteiten van die personen (art. 246, eerste lid, derde en vierde alinea, Solvency II).
- Art. 3:111a.5 Wft: bij niet-naleving door een holding van art. 258, eerste lid en tweede lid bis, Solvency II (waaronder geschiktheid en betrouwbaarheid van degenen die haar daadwerkelijk besturen) kan DNB maatregelen opleggen — het opschorten van stemrechten, het bevelen van overdracht van deelnemingen, het tijdelijk aanwijzen van een andere holding binnen de groep, het beperken van uitkeringen of rentebetalingen aan aandeelhouders, en het bevelen tot afstoting of vermindering van deelnemingen.
- Memorie van toelichting: “De toezichthouder heeft … de bevoegdheid om personen uit hun functie te verwijderen indien zij niet aan deze geschiktheids- en betrouwbaarheidseisen voldoen.” (zie § 8, punt 3).
5.5 Proportionaliteit / KNCV-SNCU
- Afdeling 3.5.1b Wft (nieuw; art. 3:131ba tot en met 3:131bc) introduceert het KNCV-regime en een goedkeuringsroute voor niet-KNCV’s; de art. 4-drempels van Solvency II stijgen (Nederland: premie € 5,4 mln → € 15 mln; technische voorzieningen € 26,6 mln → € 50 mln, waardoor meer verzekeraars onder het nationale Solvency II Basic-regime vallen).
- Praktisch effect op geschiktheid/betrouwbaarheid en governance: functiecombinatie is toegestaan (risico, actuarieel, compliance — nooit interne audit), ORSA ten minste eens per twee jaar en langere beleidsherzieningscycli, lichtere governance- en rapportageverplichtingen.
- Aanvragen om goedkeuring op grond van art. 3:131ba en 3:131bc Wft die vóór 31 juli 2027 worden ontvangen, krijgen een beslistermijn van vier maanden (in plaats van twee); overgangsrecht: verzekeraars die op 28 januari 2025 al gelijkwaardige evenredigheidsmaatregelen toepasten, mogen dat nog maximaal vier boekjaren blijven doen.
5.6 Overige governance-onderwerpen in dezelfde wet (context voor de beoordeling)
Diversiteitsbeleid met kwantitatieve genderdoelstellingen; verplicht beloningsbeleid; expliciete verplichting om wijzigingen in sleutelfuncties aan DNB te melden; duurzaamheids- en cyberrisico’s opgenomen in het risicobeheersysteem en de ORSA; macroprudentiële elementen in de ORSA (tenzij evenredigheidsmaatregelen van toepassing zijn); plan voor het beheer van het liquiditeitsrisico (niet voor KNCV’s); periodieke beoordeling door DNB van de liquiditeitspositie (art. 3:18ac Wft).
5.7Proportionaliteit en KNCV-status — geverifieerd tegen de gewijzigde richtlijn
Deze paragraaf is opgesteld op basis van de geconsolideerde richtlijntekst (CELEX 02009L0138, versie van 30 januari 2027). Dat is de primaire bron. De Nederlandse implementatie volgt de richtlijn op de hier genoemde punten, maar op één onderdeel wijkt de geconsulteerde wetsversie af — zie de noot onderaan.
| Onderwerp | Richtlijnartikel | Wat het regelt |
|---|---|---|
| Drempels toepassingsbereik | Art. 4(1) | Buiten de richtlijn: bruto premie-inkomsten ≤ € 15 mln; technische voorzieningen ≤ € 50 mln (individueel) en ≤ € 50 mln op groepsniveau. Op grond van art. 4(5) kan een verzekeraar er vrijwillig voor kiezen om toch onder de richtlijn te blijven. |
| Definitie kleine en niet-complexe verzekeraar | Art. 13(10a) | Een verzekeraar (ook een captive) die voldoet aan de voorwaarden van art. 29a én als zodanig is aangemerkt volgens art. 29b. De groepsvariant staat in art. 13(10b). |
| De vier functies | Art. 13(29) | “Functie” is een interne capaciteit om praktische taken uit te voeren; het governancesysteem omvat in elk geval de risicobeheerfunctie, de compliancefunctie, de interne auditfunctie en de actuariële functie. Dit is de richtlijndefinitie waarop het Nederlandse begrip sleutelfunctie aansluit. |
| Governance als evenredigheidsmaatregel | Art. 13(43) | De opsomming van evenredigheidsmaatregelen noemt artikel 41 uitdrukkelijk. De governance-eisen — waaronder de scheiding en onafhankelijkheid van de vier functies — zijn dus proportioneel van toepassing op een KNCV. |
| Criteria KNCV | Art. 29a(1) | Levens(overheersend): renterisico-submodule ≤ 5% van de technische voorzieningen; grensoverschrijdende premie < € 20 mln of < 10% van de totale premie; technische voorzieningen leven ≤ € 1 mrd; markt- en tegenpartijrisico plus immateriële activa ≤ 20% van de beleggingen; geaccepteerde herverzekering ≤ 50% van de bruto premie; SCR wordt nageleefd. Schade(overheersend): gemiddelde combined ratio over drie jaar na herverzekering < 100%; grensoverschrijdend < € 20 mln/10%; schadepremie ≤ € 100 mln; premies in de klassen 5-7, 11, 12, 14 en 15 ≤ 30% van de totale schadepremie; markt-/tegenpartijrisico ≤ 20%; herverzekering ≤ 50%; SCR nageleefd. Voor gemengde verzekeraars geldt een combinatie; voor captives een aparte regeling. |
| Nooit KNCV | Art. 29a(3) | Verzekeraars die een goedgekeurd (partieel) intern model gebruiken; verzekeraars die moeder zijn van een financieel conglomeraat of van een groep onder groepstoezicht (tenzij de groep als kleine en niet-complexe groep is aangemerkt); verzekeraars die moeder zijn van een onderneming als bedoeld in art. 228(1)(a)-(e); en beheerders van groeps-pensioenfondsen met een belegd vermogen van meer dan € 1 mrd. |
| Procedure: kennisgeving, geen aanvraag | Art. 29b | De verzekeraar kennisgeven aan DNB, met bewijs van naleving van de criteria, een verklaring dat geen strategische wijziging wordt gepland die binnen drie jaar tot niet-naleving leidt, en een opgave van de beoogde evenredigheidsmaatregelen. DNB kan binnen twee maanden bezwaar maken, uitsluitend op drie gronden: (a) niet-naleving van de criteria van art. 29a; (b) niet-naleving van de SCR zonder gebruik van overgangsmaatregelen; (c) de verzekeraar heeft meer dan 5% van de levens- of schademarkt. Zonder besluit binnen twee maanden is de verzekeraar aangemerkt als KNCV. Voor kennisgevingen in de eerste zes maanden na 30 januari 2027 geldt een termijn van vier maanden. |
| Gebruik van de maatregelen | Art. 29c en 29d | Een KNCV mag alle evenredigheidsmaatregelen gebruiken. DNB kan bij ernstige zorgen over het risicoprofiel verzoeken daarvan af te zien; ernstige zorg bestaat bij niet-naleving van de SCR (ook in de komende drie maanden), bij een governancesysteem dat niet doeltreffend is in de zin van art. 41, of bij materiële wijzigingen in het risicoprofiel. Niet-KNCV’s hebben voorafgaande goedkeuring nodig (beslistermijn twee maanden; vier maanden voor verzoeken vóór 31 juli 2027). |
| Overgangsrecht | Art. 29e(3) | Wie op 28 januari 2025 al evenredigheidsmaatregelen toepaste die overeenkomen met bestaande maatregelen, mag die nog maximaal vier boekjaren blijven toepassen zonder de artikelen 29b tot en met 29d toe te passen. |
| Frequentie toezichtrapportage | Art. 35(5a) | Het periodiek toezichtverslag (RSR) wordt voor een KNCV eens per drie jaar ingediend, of maximaal eens per vijf jaar indien DNB dat toestaat; voor overige verzekeraars eens per drie jaar. Let op: dit is de RSR-frequentie, niet de ORSA-frequentie — die staat in een ander artikel. |
| Geschiktheid en betrouwbaarheid in bredere context | Art. 18(1)(g), 26(3), 30(2), 34(2) | Bij de vergunningaanvraag moet worden aangetoond dat aan het governancesysteem (hoofdstuk IV, sectie 2) kan worden voldaan (18(1)(g)); toezichthouders consulteren elkaar over de geschiktheid en betrouwbaarheid van personen die de onderneming feitelijk besturen of sleutelfuncties vervullen binnen dezelfde groep (26(3)); het toezicht omvat verificatie van het governancesysteem (30(2)); en toezichthouders kunnen maatregelen nemen jegens de onderneming én de leden van haar bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan (34(2)) — relevant voor de vraag hoe ver de bevoegdheid tot ingrijpen reikt. |
De geconsulteerde wettekst (januari 2026) geeft DNB op grond van art. 3:131ba Wft de bevoegdheid om op aanvraag goedkeuring te verlenen voor de KNCV-status. De richtlijn schrijft op dat punt een kennisgevingsmodel voor: de indeling volgt van rechtswege als DNB niet binnen twee maanden bezwaar maakt, en de bezwaargronden zijn limitatief. In de Tweede Kamer is bij het ingediende wetsvoorstel gesproken over “een kennisgeving aan DNB” met een bezwaartermijn van twee maanden, wat aansluit op art. 29b. Gebruik dus de Kamerstukversie en niet de consultatieversie. Dat geldt ook voor artikel 3:9c Wft: de twee versies lopen daar uiteen, en de Kamerstukversie is leidend.
6Vergelijking vóór en na
| Element | Tot en met 29 jan 2027 | Vanaf 30 jan 2027 |
|---|---|---|
| Beleidsbepalers en intern toezichthoudend orgaan | Geschikt en betrouwbaar; ex-ante toetsing door DNB | Ongewijzigd |
| Tweede echelon (verzekeraars) | Wettelijke geschiktheids- en betrouwbaarheidseis; DNB toetst betrouwbaarheid van alle betrokkenen, geschiktheid primair intern met toetsing door DNB bij aanleiding | Afgeschaft (art. 3:8/3:9 Wft gewijzigd) |
| Sleutelfunctiehouders (vier functies) | Geschiktheid deels via art. 26.2 Bpr / governanceregels; geen apart wettelijk regime; melding als uitbesteding/kritische functie | Wettelijke geschiktheids- en betrouwbaarheidseis: art. 3:9c Wft; afzonderlijke personen per functie (art. 41, tweede lid bis); melding van benoeming; DNB beoordeelt betrouwbaarheid én geschiktheid |
| Grondslag voor beoordeling van een nieuwe benoeming | Aanvangstoetsing op grond van art. 33 Bpr (beleidsbepalers, tweede echelon) | Art. 33 Bpr zoals gewijzigd (beleidsbepalers, sleutelfunctiehouders) |
| Groep (holding) | Bepalingen van het type art. 3:273 | Art. 3:9c van overeenkomstige toepassing op holdings; art. 3:288ha, vijfde lid groeps-sleutelfuncties; maatregelen DNB op grond van art. 3:111a.5; bevoegdheid tot verwijdering volgens de MvT |
| Combineren van functies | Mogelijk binnen de proportionaliteitspraktijk | Alleen toegestaan voor KNCV’s of met goedkeuring van DNB; nooit met interne audit; belangenconflicten moeten worden beheerst |
| Diversiteit in het AMSB | Op het niveau van richtsnoeren | Wettelijk beleid + kwantitatieve genderdoelstellingen; EIOPA-richtsnoeren diversiteit van toepassing |
| Beloningsbeleid | Richtsnoeren/praktijk | Uitdrukkelijke verplichting |
7Vereistenoverzicht per 30 januari 2027
Dit is de integrale lijst om te verifiëren of eerdere implementatierondes iets hebben gemist. De kolom “Status” geeft aan of een vereiste nieuw is, is gewijzigd, of juist komt te vervallen. De kolommen “Van toepassing op” en “Bewijs / waar het terugkomt” helpen bij het beoordelen van dekking.
| Vereiste | Status | Van toepassing op | Kern van het vereiste |
|---|---|---|---|
| Art. 3:9c Wft Sleutelfunctiehouders geschikt & betrouwbaar |
Nieuw | Verzekeraars; holdings (via overeenkomstige toepassing) | Medewerkers met een sleutelfunctie (art. 41, tweede lid bis, Solvency II) zijn geschikt en hun betrouwbaarheid staat buiten twijfel. Betrouwbaarheid is eenmalig vast te stellen; geschiktheid is functiegebonden. |
| Art. 3:8 / 3:9 Wft Tweede echelon verzekeraars |
Vervalt | Verzekeraars (niet langer); blijft voor kredietunies | De wettelijke grondslag voor geschiktheid en betrouwbaarheid van leidinggevenden direct onder de beleidsbepalers verdwijnt. Onderzoek welke personen hierdoor buiten de reikwijdte vallen. |
| Art. 41, tweede lid bis Scheiding van de vier functies |
Nieuw | Verzekeraars; uitzondering voor KNCV’s en met goedkeuring DNB | Risicobeheer, actuarieel, compliance en interne audit worden door verschillende personen uitgeoefend, onafhankelijk van elkaar. Combineren van de eerste drie met andere rollen is onder voorwaarden mogelijk; nooit met interne audit. |
| Art. 42, eerste lid Doorlopende geschiktheid en betrouwbaarheid |
Aangescherpt | Degenen die de onderneming daadwerkelijk besturen en sleutelfunctiehouders | De eisen gelden te allen tijde, niet alleen bij benoeming. De toezichthouder kan handhaven en, indien passend, verwijdering uit de functie verlangen (overweging 24 richtlijn). |
| Art. 42, tweede lid Melding van wijzigingen |
Uitgebreid | Verzekeraars | Melding aan DNB bij wijziging in de identiteit van degenen die de onderneming besturen of verantwoordelijk zijn voor sleutelfuncties, met alle informatie voor de beoordeling. |
| Art. 33 Bpr Melding voornemen tot benoeming |
Uitgebreid | Verzekeraars | Vóór de benoeming melden, met gegevens waarop DNB zowel betrouwbaarheid als geschiktheid kan beoordelen. Geldt naast beleidsbepalers nu ook voor sleutelfunctiehouders. |
| Art. 5 Bpr Antecedentenonderzoek |
Uitgebreid | Verzekeraars; personen bedoeld in art. 3:9c Wft | DNB stelt betrouwbaarheid vast op basis van voornemens, handelingen en antecedenten, nu ook voor sleutelfunctiehouders. |
| Art. 8, lid 1, onderdeel a, Bpr Strafrechtelijke antecedenten |
Aangescherpt | Alle getoetste personen | Veroordelingen wegens de genoemde misdrijven leiden tot de vaststelling dat de betrouwbaarheid niet buiten twijfel staat indien tien jaar of minder is verstreken (was ruimer). |
| Art. 41, eerste lid Diversiteitsbeleid AMSB |
Nieuw | Verzekeraars (KNCV’s proportioneel) | Beleid ter bevordering van diversiteit in het AMSB, met individuele kwantitatieve doelstellingen voor genderevenwicht, met tijdlijn en documentatie van naleving. |
| Art. 41, eerste lid Evaluatie governancesysteem |
Aangescherpt | Verzekeraars (KNCV’s langere cyclus) | Periodieke evaluatie van samenstelling, werking en interne organisatie van bestuur en intern toezicht, passend bij aard, omvang en complexiteit van de risico’s. |
| Art. 41, derde lid Schriftelijke beleidsdocumenten |
Uitgebreid | Verzekeraars (KNCV’s langere cyclus) | Schriftelijk beleid voor ten minste risicobeheer, interne controle, interne audit, beloning en, waar relevant, uitbesteding; geïmplementeerd, periodiek herzien en vooraf goedgekeurd door het AMSB. |
| Beloningsbeleid Verplicht beloningsbeleid |
Nieuw | Verzekeraars (KNCV’s proportioneel) | Schriftelijk beloningsbeleid dat bijdraagt aan een beheerste bedrijfsvoering en geen prikkels bevat voor het nemen van buitensporige risico’s; naleving en governance geborgd. |
| Art. 3:288ha, lid 5 Wft Groepssleutelfuncties |
Nieuw | Verzekeringsgroepen, verzekeringsholdings, gemengde financiële holdings | Degenen die de moederonderneming feitelijk besturen, besturen geacht ook de groep; aanwijzen van verantwoordelijken voor andere sleutelfuncties op groepsniveau. |
| Art. 3:111a.5 Wft Maatregelen jegens holdings |
Nieuw | Verzekeringsholdings, gemengde financiële holdings | Bij niet-naleving van art. 258, eerste en tweede lid bis, Solvency II kan DNB maatregelen opleggen, waaronder het beperken van uitkeringen en het beëindigen van deelnemingen. |
| Art. 44 / 45 + 45a Duurzaamheids- en cyberrisico’s |
Nieuw | Verzekeraars; niet-KNCV’s voor klimaatsenario’s | Duurzaamheidsrisico’s expliciet identificeren, beoordelen en beheersen in het risicobeheersysteem en de ORSA; klimaatscenario’s (ten minste twee langetermijnscenario’s) periodiek beoordelen; cyberrisico’s in het operationele risicobeheer. |
| Art. 144 bis Liquiditeitsrisicobeheerplan |
Nieuw | Verzekeraars, niet zijnde KNCV’s | Plan voor het beheer van liquiditeitsrisico’s, met liquiditeitsanalyse op korte termijn en een reeks liquiditeitsrisico-indicatoren; kan onder voorwaarden worden gedekt door een groepsplan. |
| Afd. 3.5.1b Wft Proportionaliteit / KNCV-status |
Nieuw | Alle verzekeraars | Criteria en proces voor de KNCV-status, de beschikbare evenredigheidsmaatregelen en de goedkeuringsroute voor niet-KNCV’s. Bepaal of u kwalificeert en zo niet, of u goedkeuring wilt aanvragen. |
| Art. 4 Solvency II Toepassingsdrempels |
Verhoogd | Alle verzekeraars | De drempels voor het Solvency II-kader stijgen (premie € 5,4 mln → € 15 mln; technische voorzieningen € 26,6 mln → € 50 mln), waardoor meer verzekeraars onder het nationale Basic-regime vallen. |
| Art. 41(2a) + richtsnoeren Beoordeling door DNB |
Aangescherpt | Verzekeraars | DNB beoordeelt betrouwbaarheid en geschiktheid van de gemelde personen; verzekeraars houden informatie actueel, beschikbaar en gedocumenteerd. |
Hoe je dit gebruikt bij een hercontrole. Loop elke rij af en bepaal per vereiste in welke van drie categorieën je zit: (1) al gedekt in beleid en proces, (2) gedeeltelijk gedekt of verouderd, (3) nog niet gedekt. Rijen gemarkeerd met Nieuw zijn het meest waarschijnlijk de hiaten uit eerdere rondes. De rij Vervalt is de enige waar het risico omgekeerd is: controleer dat er geen overbodige toetsing blijft staan.
9Praktische checklist
Inrichting en afbakening
- Breng de populatie binnen de reikwijdte opnieuw in kaart: identificeer elke houder (niet elke uitvoerder) van de vier functies; beoordeel vervolgens of uw organisatie aanvullende sleutelfuncties aanwijst (de toezichthouder kan die keuze in beide richtingen betwisten).
- Identificeer bij uitbestede sleutelfuncties de aangewezen toezichthoudende persoon binnen de onderneming — die persoon is de meldingsplichtige sleutelfunctiehouder, en het personeel van de dienstverlener valt binnen de reikwijdte van uw geschiktheids- en betrouwbaarheidsprocedures (EIOPA-richtsnoer 14).
- Toets de scheidingseis van art. 41, tweede lid bis: worden de vier functies door verschillende personen uitgeoefend en kunnen zij onafhankelijk van elkaar functioneren? Bij combinatie: op welke juridische grondslag (KNCV-status of goedkeuring van DNB op grond van art. 3:131bc Wft) en hoe worden belangenconflicten beheerst? Interne audit is de uitzondering.
- Toets of u kwalificeert als KNCV voordat u op proportionaliteit vertrouwt — en realiseer u dat de status kan komen te vervallen.
Beleid en proces
- Herschrijf het beleid voor geschiktheid en betrouwbaarheid naar de standaard van EIOPA-richtsnoer 13: hoe u meldingsplichtige posities identificeert; hoe u geschiktheid en betrouwbaarheid beoordeelt bij benoeming en doorlopend; welke situaties aanleiding geven tot herbeoordeling; en de interne standaard voor overige relevante medewerkers.
- Herinricht het benoemingsproces rond het gewijzigde art. 33 Bpr: voorafgaande melding van het voornemen tot benoeming, met een volledig geschiktheids- en betrouwbaarheidsdossier. Reken op de doorlooptijd van DNB (gepubliceerde praktijk voor beleidsbepalers: circa 6–8 weken; termijnen verschillen per sectorwet) en bepaal intern wat gebeurt als de beoordeling van DNB negatief uitvalt.
- Verbeter de dossiers op de punten die DNB het vaakst als tekort noemt: specifiek functieprofiel, gemotiveerde benoeming, inhoudelijke selfassessment, volledige en realistische geschiktheidsmatrix, inwerk- of opleidingsplan, analyse van belangenverstrengeling.
- Actualiseer het onboardingsproces: eed of belofte waar van toepassing; doorlopende geschiktheidsmonitoring; en herbeoordeling bij functiewijziging (geschiktheid is functiegebonden, betrouwbaarheid niet).
- Herijk bestaande tweede-echelonbenoemingen: sommige verliezen de wettelijke dekking, andere gaan over in een sleutelfunctie — leg de analyse vast en houd haar beschikbaar voor het gesprek met DNB.
- Breid het kader uit naar groepsniveau: aangewezen groeps-sleutelfunctiehouders (art. 3:288ha, vijfde lid, Wft) en geschiktheid en betrouwbaarheid op het niveau van de holding (art. 3:9c van overeenkomstige toepassing).
- Stem het diversiteitsbeleid, het beloningsbeleid en de governancedocumentatie af op dezelfde datum van 30 januari 2027 — zij worden in de Pijler 2-beoordeling in samenhang gelezen.
Monitoring
- Volg de verzamelpagina van DNB “Herziening solvabiliteit II (geldig per 30 januari 2027)” — die wordt expliciet aangevuld met nadere factsheets en, na consultatie, beleidsuitingen, waaronder governance.
- Volg de parlementaire status van Kamerstuk 37 007 en het definitieve Implementatiebesluit/Regeling — de AMvB bevat de operationele uitwerking van de artikelen 5 en 33 Bpr.
10Openstaande punten — niet harder stellen dan de bron toelaat
Status van dit overzicht na lezing van de memorie van toelichting (Kamerstuk 37 007, nr. 3). Het algemeen deel van de MvT is doorgenomen. Wat de MvT bevestigt: (i) het tweede echelon voor verzekeraars vervalt en wordt vervangen door een sleutelfunctieregime; (ii) de vier sleutelfuncties moeten onafhankelijk van elkaar worden uitgevoerd, met een uitzondering voor kleine en niet-complexe verzekeraars; (iii) een diversiteitsbeleid met kwantitatieve genderdoelstellingen en een verplicht beloningsbeleid; (iv) wijzigingen in sleutelfuncties moeten aan DNB worden gemeld; (v) op groepsniveau moeten degenen die de verzekeringsholding of gemengde financiële holding daadwerkelijk leiden, én de verantwoordelijken voor andere sleutelfuncties, geschikt en betrouwbaar zijn, waarbij de toezichthouder de bevoegdheid heeft personen uit hun functie te verwijderen.
Wat de MvT in de doorgenomen delen niet uitdrukkelijk regelt: de precieze afbakening van art. 3:9c Wft (zie punt 4), de overgangspositie van bestaande tweede-echelonfunctionarissen, en de concrete Wft-grondslag van de verwijderingsbevoegdheid (zie punt 3). Deze punten staan in de artikelsgewijze toelichting of moeten worden opgehelderd in de nota naar aanleiding van het verslag — de Kamer heeft daarover vragen gesteld.
Aanvulling op punt 4: in het geconsulteerde wetsvoorstel (januari 2026) luidde art. 3:9c, eerste lid, nog anders: art. 3:8, eerste lid, en art. 3:9, eerste en tweede lid, werden van overeenkomstige toepassing verklaard op personen die werkzaam zijn bij een verzekeraar en deze feitelijk besturen als bedoeld in artikel 42, tweede lid, van de richtlijn óf verantwoordelijkheid dragen voor de vier sleutelfuncties. In de ingediende tekst is die eerste categorie uit de wettekst verdwenen. Dat maakt de afbakening des te belangrijker om te verifiëren.
- Er circuleren twee data. De richtlijn, het Nederlandse wetsvoorstel en de herziene uitingen van DNB gebruiken 30 januari 2027. De handout van DNB van 7 mei 2026 noemt voor verzekeraars als beoogde inwerkingtreding 31 januari 2027 — waarschijnlijk een typefout in de presentatie of een verwijzing naar de eerste werkdag; de inwerkingtreding van de wet zelf geschiedt bovendien bij Koninklijk Besluit. Plan op 30 januari 2027 en verifieer het gepubliceerde KB.
- Lagere regelgeving is nog niet definitief. Het Implementatiebesluit is geconsulteerd, maar tijdens de schriftelijke ronde in de Tweede Kamer (verslag van 8 oktober 2026) hebben Kamerleden expliciet gevraagd waarom de consultatie van het Implementatiebesluit pas in het tweede kwartaal van 2027 is gepland, terwijl verzekeraars vanaf 30 januari 2027 aan de nieuwe regels moeten voldoen, en hoe rechtszekerheid dan wordt geborgd (37 007, nr. 5). Reken erop dat de AMvB laat wordt afgerond; de operationele invulling van sleutelfuncties zit daarin (art. 5, 26.2 en 33 Bpr).
- De bevoegdheid tot verwijdering door de toezichthouder. De gewijzigde richtlijn vereist dat toezichthouders maatregelen kunnen nemen waaronder verwijdering uit de functie (overweging 24), en de Nederlandse MvT stelt dat DNB die bevoegdheid heeft (in de context van de groep). Verifieer in de definitieve Wft-tekst en de artikelsgewijze toelichting precies hoe dit is uitgewerkt en jegens wie (beleidsbepalers, sleutelfunctiehouders, personen op holdingsniveau), en hoe dit zich verhoudt tot de bestaande aanwijzings- en handhavingsinstrumenten van de Wft.
- Bewoording van de reikwijdte. Art. 3:9c Wft verwijst naar “medewerkers met een sleutelfunctie als bedoeld in artikel 41, tweede lid bis”. De toelichting bij het Bpr beschrijft de adressaten als personen die “de onderneming daadwerkelijk besturen of andere sleutelfuncties vervullen”, dus mogelijk ook senior management dat de onderneming “daadwerkelijk bestuurt” zonder statutair beleidsbepaler te zijn. Lees art. 41, tweede lid bis, in de definitieve PB-tekst en de komende DNB-uitingen voordat u de lijst definitief vaststelt — en let op: dit is precies de groep waarvan de Nederlandse tweede-echelondekking komt te vervallen.
- EIOPA niveau 3 is in beweging. De richtsnoeren inzake het governancesysteem (sectie 3: geschiktheid en betrouwbaarheid, richtsnoeren 11–16) worden in het kader van EIOPA’s vereenvoudigingsoperatie ingekort en herzien (het consultatiedocument van december 2025 stelt schrapping van 18 richtsnoeren voor, waaronder verschillende in de governanceset). De herziening was nog niet gepubliceerd in het definitieve pakket van 15 juli 2026 waarmee EIOPA haar herzieningsmandaten afrondde. Controleer het EIOPA-register op de definitieve versie voordat u uw beleidstekst op specifieke richtsnoernummers baseert.
- Praktische punten die DNB nog niet voor verzekeraars heeft gepubliceerd: welk formulier te gebruiken (Aanvangstoetsing versus Functieverandering), of de kandidaat de functie mag aanvangen hangende de uitkomst, en hoe lopende aanvragen onder het oude regime worden behandeld. Het CRD VI-precedent voor banken was dat lopende tweede-echelon-aanvragen die buiten het nieuwe regime vallen buiten behandeling werden gesteld zonder besluit (DNB) — vraag DNB of een gelijkwaardige overgangsregel voor verzekeraars gaat gelden.
11Bronnen
EU
- Richtlijn (EU) 2025/2 — PB-tekst (EUR-Lex) (o.a. overweging 24 over verwijdering; overweging 36 over de audit van het SFCR)
- Solvency II-richtlijn art. 41, 42, 44–48 (geconsolideerd) — legislation.gov.uk
- EIOPA, Guidelines on the system of governance (sectie geschiktheid en betrouwbaarheid + Technical Annex) — EIOPA-register
- EIOPA, Final report on Guidelines on the notion of diversity for the selection of AMSB members (van toepassing 30 jan 2027) — PDF
- EIOPA, Completing the Solvency II Review mandate (pakket 15 juli 2026; instrumenten van toepassing 30 jan 2027) — EIOPA
- EIOPA, Consultation paper on shortening of additional Guidelines under Solvency II (governancerichtsnoeren) — PDF
- EIOPA, Peer review of key functions (o.a. Nederlandse best practice: intern toezichtpanel) — PDF
Nederlandse wetgeving en parlementaire stukken
- Kamerstuk 37 007, nr. 2 — voorstel van wet (tekst van het nieuwe art. 3:9c) — Overheid.nl
- Nader Rapport + advies Raad van State, Stcrt. 2026, 31983 (gedelegeerde verordening 2026/269; technische correcties in art. 1:46, 2:26b, 2:31, 3:9c, 3:272b, 3:273 Wft) — PDF
- Verslag 37 007, nr. 5, 8/9 oktober 2026 (Kamervragen o.a. over de timing van de AMvB en regeldruk) — tekst
- Eerste Kamer dossier 37 007 — status
- Internetconsultatie Implementatiewet (jan–feb 2026) — Overheid.nl
- Ontwerp Implementatiebesluit (wijzigingen Bpr: art. 5, 26.2, 26.2a, 26.3, 33; toelichting) — Internetconsultatie
- Wetgevingskalender — Implementatiewet WGK027579; Implementatiebesluit WGK027679
Secundaire analyses
DNB
- Herziening solvabiliteit II (geldig per 30 januari 2027) — verzamelpagina
- Governance (Solvency II-review) — pagina gedateerd per 30 jan 2027
- Wijzigingen van de Richtlijn Solvabiliteit II gepubliceerd (27 jan 2025) — link
- Personentoetsingen / Toetsingen van bestuurders en commissarissen — link, link
- Beleidsregel geschiktheid 2012 — PDF
- Informatiebijeenkomst personentoetsingen — handout (7 mei 2026) — PDF
- CRD6 vervangt nationaal tweede echelontoetsingsregime (22 sep 2026) en de banken-factsheet (bruikbaar precedent voor externe toetsing en overgang) — nieuwsbericht, factsheet